Januari 2026
Langlopende obligatierentes en spreads worden beïnvloed door een aanhoudend hoog obligatie-aanbod, als gevolg van grote begrotingstekorten. In deze editie van de Inzichten van de LDI desk bekijken we het verwachte obligatie-aanbod in 2026 in termen van uitgiftegrootte, gewogen gemiddelde looptijd en timing. We bekijken de 2026 vooruitzichten van verwachte rentebeslissingen van de ECB en beoordelen de potentiële marktimpact naarmate Nederlandse pensioenfondsen hun portefeuilles aanpassen onder het nieuwe pensioencontract, waarbij pensioenfondsen in- en uit verschillende vastrentende instrumenten over de curve stappen.
Een hoog nettoaanbod, kortere gewogen gemiddelde looptijden en een zwaar frontloaded profiel zal de EGB (European Government Bond)-uitgifte in 2026 bepalen. We bekijken elk dimensie hieronder in meer detail.
Uitgifte-omvang: aanhoudend hoge netto uitgifte, gedreven door grote begrotingstekorten
Het EGB-aanbod blijft in 2026 toenemen, met een bruto uitgifte die naar verwachting ongeveer €1500 miljard zal bedragen, ongeveer €100 miljard meer dan vorig jaar. Het netto aanbod, de bruto uitgifte inclusief aflopende obligaties, blijft grotendeels onveranderd ten opzichte van vorig jaar, rond de €600 miljard, door een toename van aflopende obligaties.
Bruto en netto uitgifte blijven ver boven het niveau van vóór de pandemie, wat grotendeels wordt veroorzaakt door de aanhoudende grote begrotingstekorten. Als de ECB haar balans op het huidige tempo blijft verkleinen1, stijgt de netto-uitgifte na QT (quantitative tightening) tot €870 miljard in 2026. De ECB verkleint haar balans door aflopende obligaties niet meer te herbeleggen (QT), wat zorgt voor extra aanbod wat door private beleggers moet worden opgenomen.
Figuur 1 – Verwachte netto-uitgifte na QT blijft hoog

Bron: BlackRock, ECB, Bloomberg, DMO's, december 2025.
[1]De APP- en PEPP-portefeuilles nemen in een gelijkmatig en voorspelbaar tempo af, aangezien het Eurosysteem niet langer de aflossingen op effecten die de vervaldatum hebben bereikt herinvesteert. ECB Monetairebeleidsbeslissingen, 18 december 2025.
Europese staatsobligaties (EGB's)
De grootste stijging van het netto aanbod wordt verwacht vanuit Duitsland, zoals we in eerdere edities van de Inzichten van de LDI desk al vermeldden. Duitsland erkent dat het uitvoeren van alle geplande infrastructuur- en defensieprojecten moeilijk kan zijn, maar verwacht niet dat het dit jaar de hoeveelheid uitgegeven schuld aanzienlijk zal verminderen. Bij een lagere financieringsbehoefte past Duitsland primair de kortetermijnfinanciering via repos en deposito’s aan, zodat de geplande obligatie-uitgifte intact blijft en de liquiditeit van de Bund-markt niet wordt verstoord.
De rentes op 30-jaars Duitse en Nederlandse staatsobligaties stegen eind 2025 tot het hoogste niveau sinds 2011, zoals te zien is in Figuur 2. De toegenomen druk op langlopende spreads door een hoog netto aanbod en beperkte herinvesteringen door de ECB kan worden gecompenseerd door een focus op het aanbod van obligaties met een kortere looptijd, zoals we zullen lezen in de sectie over de gewogen gemiddelde looptijd.
Figuur 2 – 30-jaars Duitse en Nederlandse staatsobligatierentes bereiken eind 2025 nieuwe

Bron: BlackRock, Bloomberg, december 2025.
We denken dat de huidige waarderingen grotendeels het gevolg zijn van een verhoogde Duitse obligatie-uitgifte om het fiscale stimuleringspakket te financieren. Evenzo verwachten we op korte termijn geen verslechtering van de spreads voor Franse staatsobligaties, omdat de huidige spreads de risico's van politieke onzekerheid meenemen. Hoge begrotingstekorten en trage structurele hervormingen kunnen volatiliteit echter aanwakkeren. Voor Italiaanse staatsobligaties zagen we een sterkere vraag vanuit Italiaanse huishoudens, wat leidde tot een verlaging in spread. Met het aanhoudende hoge schuldniveau ten opzichte van het BBP verwachten we niet dat dit nog veel verder zal verlagen2. Pensioenfondsen moeten beoordelen of hun mix van uitgevers nog steeds aansluit bij het beoogde risico-rendementprofiel.
Supranationale, sub-soevereine en agentschapsobligaties (SSA's)
De overeenkomst van de Europese Unie over een leenpakket van €90 miljard voor Oekraïne verhoogt de verwachte EU-obligatievoorraad voor 2026 en 2027, waardoor de verwachte uitgifte op ongeveer €180 miljard in 2026 en €120 miljard in 2027 komt.
De beslissing bevestigt dat de EU-uitgifte zal doorgaan na NGEU3, wat kansen op opname in grote obligatie-indices mogelijk vergroot en vraag van passieve en benchmarkbeleggers vrijmaakt. Hoewel deze ontwikkeling helpt door de langetermijncontinuïteit van EU-uitgifte te versterken, lost het de belangrijkste barrières voor indexopname niet volledig op. Omzetkosten, beperkte vraag van klanten, mogelijkheden voor indexaanpassing en de opvatting dat de EU geen echte soevereine is, blijven beperkingen voor indexaanbieders.
Hoewel de kortetermijnimpact mogelijk negatief is voor EU-obligaties vanwege een groter aanbod, versterkt het de langetermijnargumenten voor EU-spreads. De uitgifte zal waarschijnlijk iets hoger wegen in 2027, omdat het pakket van €90 miljard pas vanaf het tweede kwartaal van 2026 Oekraïne zal ondersteunen wat de kortetermijnimpact op spreads mogelijk weer verkleint.
De aan Oekraïne gerelateerde uitgifte schept ook een precedent voor toekomstige EU-uitgifte zonder unanieme stemming, waardoor discussies over het gebruik van alternatieve structuren zoals ESM, EIB of nieuwe SPV's (Special Purpose Vehicles) de facto zijn beëindigd, en de verwachtingen van een aanhoudende EU-financiering worden versterkt.
Afgezien van de EU hebben SSA-uitgevers in het algemeen het aandeel van in euro's uitgegeven obligaties in 2025 vergroot. Dit werd ondersteund door sterke vraag van investeerders, de wens om weg te diversifiëren van USD-financiering, en voor sommige Europese instanties zoals de EIB politieke druk om meer in euro's uit te geven. De verschuiving naar eurofinanciering voor SSA zal naar verwachting in 2026 doorgaan, wat bijdraagt aan de bredere stijging van het euro-gerelateerde aanbod.
TenneT staat op het punt een prominente SSA-uitgever te worden na de beslissing van de Nederlandse staat om volledige aansprakelijkheid te nemen en haar langetermijninvesteringsprogramma via staatsgedekte uitgifte te financieren. Dit maakt TenneT, naast FMO, de tweede Nederlandse SSA-uitgever met een expliciete staatsgarantie, een belangrijk onderscheid ten opzichte van de Bank Nederlandse Gemeenten en de Nederlandse Waterschapsbank, die geen formele staatsgarantie kennen. Deze nieuwe uitgifte breidt het investeerbare, krediethoogwaardige Nederlandse SSA-universum aanzienlijk uit. Gezien de verwachte omvang van het jaarlijkse financieringsprogramma4 zal TenneT een belangrijke aanvulling zijn op de langlopende aanboddynamiek en een potentieel aantrekkelijke obligatie om op te nemen in LDI portefeuilles.
Gewogen gemiddelde looptijd: 20 is de nieuwe 30
De WAM (Weighted Average Maturity, Gewogen gemiddelde looptijd) van Europese obligaties is aan het dalen. In 2024 was de WAM nog ongeveer 10,5 jaar, en dit daalde tot ongeveer 10 jaar in 2025. De financieringsplannen van dit jaar geven aan dat er enige wens is om de uitgifte te verschuiven naar kortere looptijden. Daarom wordt voor 2026 verwacht dat de gemiddelde WAM verder zal blijven dalen tot ongeveer 9,5 jaar als reactie van uitgevers op "een verhoging van de termijnpremie en hogere algemene renteniveaus vergeleken met de periode onder het vorige beleidskader"5. Een verdere verhoging van de rentes zou leiden tot een verdere verkorting van de WAM.
Figuur 3 – Hogere rentes aan het lange eind sturen uitgevers naar kortere looptijden

Bron: BlackRock, Bloomberg, december 2025.
Bovendien zou de verwachte, en mogelijk al ingeprijsde, impact van de Nederlandse pensioenhervorming hier een rol kunnen spelen. Uitgevers in heel Europa passen hun financieringsstrategieën aan, zich ervan bewust dat de transitie een aanzienlijke aanbodoverschot kan creëren in langlopende obligaties. Later in deze editie beschrijven we de marktimpact van de Nederlandse pensioenhervorming die we zagen in het begin van het jaar. Bij het beleggen in kortere obligaties moeten pensioenfondsen rekening houden met de lagere kapitaalefficiëntie van deze instrumenten relatief tot langlopende obligaties.
2BII Investment Outlook, december 2025.
3NextGenerationEU, december 2025.
4Uitgifte van €90 miljard gepland voor 2025-2034. Structural solutions for financing TenneT, april 2025.
5Dutch State Treasury Agency (DSTA), Publication of Outlook 2026, issuance calendar first quarter and advisors, 12 december 2025.
Timing: dit jaar weer frontloading van obligaties
De obligatie-uitgifte zal dit jaar naar verwachting opnieuw een zwaar frontloaded profiel laten zien, met bijna €120 miljard alleen al in januari. Uitgevers concentreren hun uitgifte meestal vroeg in het jaar om financiering vroeg vast te leggen, het uitvoeringsrisico te verminderen en budgetten veilig te stellen voordat de marktomstandigheden mogelijk verslechteren. In januari 2026 zien we dat dit met name geldt voor Frankrijk en Spanje. De volumes in Duitsland zijn daarintegen iets lager, grotendeels in lijn met de EU.
Frontloading zet naar verwachting door in februari en de rest van het eerste kwartaal. Tussen 2023 en 2025 werd ongeveer 45% van het jaarlijkse syndicaataanbod uitgegeven in het eerste kwartaal, omdat uitgevers bovengenoemde risico voor wilden zijn. Nu de ingeprijsde ECB renteverlagingen afnemen kunnen we later dit jaar een soepeler uitgiftepatroon verwachten, afgezien van landspecifieke uitdagingen zoals Frankrijk.
Macro data impliceert dat er in 2026 weinig reden is om rentes aan te passen
Tijdens de decembervergadering hield de ECB de rente ongewijzigd op 2%. De prognoses voor groei en inflatie werden voor de komende twee jaar licht verhoogd. Deze herzieningen weerspiegelen een sterkere binnenlandse vraag en de verwachting dat de inflatie in de dienstensector langzamer zal dalen.
De ECB-voorspellingen voor 2028 laten een inflatie van 2% zien, wat wijst op weinig druk om de rente dan wel te verhogen of te verlagen. Verbeterende groei en sterkere inflatiecijfers maken verdere verlagingen steeds onwaarschijnlijker. Tegelijkertijd blijft de drempel voor een renteverhoging hoog aangezien inflatie naar verwachting dicht bij de doelstelling blijft.
De marktverwachtingen weerspiegelen deze stabiele koers: beleggers gaan er momenteel van uit dat de ECB de rente tot eind 2026 zal vasthouden. Markten zullen waarschijnlijk slechts een kleine risicopremie behouden voor mogelijke verhogingen, gezien de verbeterende groeivooruitzichten en aanhoudende inflatie in de dienstensector.
Figuur 4 hieronder vergelijkt de door de markt ingeprijsde ECB rente over een jaar (rode lijn) met het daadwerkelijke beleidsrentepad (gele lijn).
Figuur 4 – Beleggers prijzen momenteel nul renteverlagingen in tot aan het eind van

Bron: LSEG Datastream, BlackRock Investment Institute, 01 januari 2026. De rode lijn toont de verwachte 1-jaars rente over één jaar, gebaseerd op renteswaps. De gele lijn toont de ECB rente.
Hoewel in 2026 slechts een beperkte impact van de ECB op de kortetermijnrente wordt verwacht, kan het middellange en lange eind van de curve wel aanzienlijk verschuiven. In 2025 zagen we de rentecurve al fors veranderen gedreven door speculatieve posities en macroverwachtingen. Door flexibel te blijven en de liquiditeit en onderpand nauwlettend in de gaten te houden, voorkomt een pensioenfonds aan de verkeerde kant van marktbewegingen terecht te komen.
2026 vooruitzichten: verschuiving in kopers en verkopers van verschillende vastrentende instrumenten
Inmiddels is in Nederland voor €600 miljard aan pensioenverplichtingen ingevaren naar het nieuwe stelsel. De marktreactie van de transitie in januari 2026 is tot nu toe beperkt geweest. Als we naar het komende jaar kijken, zien we een verschuiving in kopers en verkopers over de curve van verscheidene instrumenten.
Renteswaps
Veel beleggers verwachten dat de grootste impact van de Nederlandse pensioenhervorming door zal werken in de renteswapcurve. Daarom is het positioneren voor steilere curves een populair thema geworden in de tweede helft van 2025. Als de activiteit van Nederlandse pensioenfondsen lager blijkt te zijn dan verwacht, of als macrofactoren zoals hernieuwde zorgen over mogelijke renteverhogingen in de eurozone opnieuw naar boven komen, kunnen deze posities onder druk komen te staan. In dat geval zullen transacties die profiteren van een sneller stijgende langetermijnrente dan de kortetermijnrentes waarschijnlijk snel verkocht worden.
Een tegengesteld belang komt van Nederlandse pensioenfondsen die nog niet zijn overgegaan naar het nieuwe stelsel en inflatieindexatie toepassen. Pensioenfondsen kennen in 2026 ruimere indexatie, gedreven door verbeterde financiële posities en de tijdelijk versoepelde indexatieregels. Een handvol pensioenfondsen pasten zelfs inhaalindexatie toe, wat uitzonderlijk sterke dekkingsgraden weerspiegelt voorafgaand aan de overgang naar het nieuwe pensioenstelsel. Een deel van deze pensioenfondsen zal gebruikelijk duratie bijkopen om renteadekking stabiel te houden.
Aan het begin van het jaar liepen de rentes kortstondig op, vooral aan het lange einde van de curve. Deze beweging hing samen met op 31 December opgelopen rentes in de Verenigde Staten (waar de markt wel open was) en met het feit dat markten in de eerste handelsuren van het nieuwe jaar nog relatief dun waren. Er waren geen aanwijzingen dat deze beweging werd veroorzaakt door grootschalige transacties van Nederlandse pensioenfondsen.
Naarmate het jaar vordert, zullen we dichter bij het grootste cohort Nederlandse pensioenfondsen komen die in januari 2027 overstapt. De impact die in 2025 en begin 2026 werd waargenomen, mag niet worden beschouwd als een schatting van wat nog komt, gezien de verwachte handelsgrootte. Pensioenfondsen zullen daarom een robuust liquiditeitsbeleid moeten nastreven en dienen zich voor te bereiden op mogelijke volatiele marktbewegingen.
EGB's en bedrijfsobligaties
Naast de impact op de renteswapcurve kunnen ook de spreads op staatsobligaties worden beïnvloed. Aan het begin van 2026 is het effect op spreads beperkt geweest. Ondanks de hoge uitgiftevolumes bleven de rentes relatief stabiel en was er sprake van aanhoudende belangstelling van beleggers, met name voor langere looptijden. Dit wijst erop dat de markt in staat was deze aanboddruk goed te verwerken.
Onder wereldwijde fiscale zorgen en de Nederlandse pensioentransitie, hebben EGB-curves in 2025 al met aanzienlijke druk te maken gehad. Aan het lange eind kan deze mogelijke verhoging in spreads deels worden gecompenseerd door de verschuiving naar een kortere looptijduitgifte in 2026, zoals eerder vermeld.
Bedrijfsobligaties zagen recorduitgiften in 2025, vooral in de VS. Desondanks bleven bedrijfsobligatiespreads ten opzichte van swaps in de tweede helft van het jaar grotendeels onveranderd, zoals te zien is in Figuur 5. In Europa was het bruto aanbod hoog, hoewel een hoge mate van aflopende bedrijfsobligaties de netto uitgifte deels verlaagde. Ondanks verhoogde uitgifte hielp sterke vraag naar producten met een vaste looptijd en aantrekkelijk rendementen de spreads relatief stabiel te houden.
Figuur 5 – Bedrijfsobligatiespreads t.o.v. swaps bleven relatief stabiel in de tweede helft van 2025

Bron: BlackRock, Bloomberg, december 2025.
Nu we in 2026 zijn aangekomen, verschuift de focus naar drukke primaire markt uitgifte. De bedrijfsobligatie-uitgifte zal naar verwachting in januari aanzienlijk toenemen, wat het patroon uit 2025 van een hoog bruto aanbod in combinatie met een hoge mate van aflopende bedrijfsobligaties voortzet.
Omdat (kortlopende) bedrijfsobligaties contractuele kasstromen kunnen bieden met voldoende kredietkwaliteit en een relatief aantrekkelijk risico-rendementprofiel, worden deze instrumenten steeds meer gezien als aantrekkelijk voor Nederlandse pensioenfondsen. In het algemeen kunnen pensioenfondsen kortlopend, hoogwaardige bedrijfsobligaties gebruiken voor het genereren van relatief stabiel rendement.
Belangrijkste overwegingen voor pensioenfondsen:
- De netto EGB-uitgifte blijft structureel hoog. Zelfs met een toename van aflopende staatsobligaties blijven overheden ver boven het niveau van vóór de pandemie uitgeven. Daarnaast zorgt QT ervoor dat de markt een nog groter aandeel van het aanbod zal moeten absorberen. Pensioenfondsen moeten overwegen of de staatsobligatie-allocatie aansluit bij het gewenste risico-rendementprofiel
- Nu rentecurves steiler zijn, is het uitgeven van kortere looptijden aantrekkelijker geworden. Als gevolg hiervan wordt verwacht dat de WAM zal dalen van ongeveer 10 jaar in 2025 naar 9,5 jaar in 2026. Bij het aankopen van kortere looptijden moeten pensioenfondsen rekening houden met de relatief lagere kapitaalefficiëntie van deze obligaties ten opzichte van langlopende staatsobligaties
- De Nederlandse pensioentransitie zal periodes van ongelijke vraag creëren tussen swaps, obligaties en spreadproducten. Door flexibel te blijven en de liquiditeit en onderpand nauwlettend in de gaten te houden, voorkomt een pensioenfonds aan de verkeerde kant van marktbewegingen terecht te komen
- Kredietspreads ten opzichte van swaps bleven relatief stabiel in de tweede helft van 2025, ondersteund door hoge vraag. Kortlopende, krediethoogwaardige bedrijfsobligaties blijven een aantrekkelijk rendement geven
- Nederlandse pensioenfondsen met heldere transitieplannen, robuust liquiditeitsbeleid en efficiente onderpandwatervallen zijn het beste gepositioneerd om een mogelijk volatiel jaar tot een soepele transitie te laten verlopen
Risicowaarschuwingen
Beleggingsrisico. De waarde van beleggingen en de opgebrachte inkomsten kunnen zowel dalen als stijgen. Het is mogelijk dat beleggers hun oorspronkelijke inleg niet terugontvangen.
In het verleden behaalde resultaten geven geen betrouwbare indicatie van het huidige of toekomstige rendement en dienen niet als enige criterium te worden genomen bij de selectie van een product of strategie.
Veranderingen in de wisselkoersen tussen valuta’s kunnen ertoe leiden dat de waarde van beleggingen stijgt of daalt. Deze schommelingen kunnen bijzonder sterk zijn bij een fonds dat blootstaat aan een hogere volatiliteit en de waarde van een belegging kan plotseling en zeer sterk dalen. De fiscale regelgeving waaraan beleggingen onderworpen zijn en de hoogte van de belasting kunnen in de loop der tijd wijzigen en hangen af van de persoonlijke omstandigheden van de belegger.
Belangrijke informatie
Dit materiaal is alleen bestemd voor professionele beleggers (volgens de definitie van de AFM en de MiFID-richtlijn). Andere personen dienen niet op de hier geboden informatie te vertrouwen.
Dit is een marketinguiting.
In de Europese Economische Ruimte (EER): uitgegeven door BlackRock (Netherlands) B.V., dat een vergunning heeft verkregen en onder toezicht staat van de Nederlandse Autoriteit Financiële Markten (AFM). Officiële zetel: Amstelplein 1, 1096 HA, Amsterdam, tel: 020 – 549 5200 /+31 20 549 5200. Ingeschreven in het handelsregister onder nr. 17068311. Om u te beschermen worden telefoongesprekken doorgaans opgenomen.
Alle in dit document vermelde researchgegevens zijn verstrekt door BlackRock en kunnen door BlackRock inmiddels voor eigen doeleinden gebruikt zijn. De resultaten van dergelijke research worden slechts incidenteel verstrekt. De hier geuite visies vormen geen beleggingsadvies en kunnen aan verandering onderhevig zijn. Ze weerspiegelen niet altijd de gezichtspunten van een bepaalde onderneming binnen de BlackRock Group of van een afdeling daarvan en de juistheid ervan kan niet worden verzekerd.
Dit document is uitsluitend opgesteld ter informatie. Het vormt geen aanbod of uitnodiging om te beleggen in een van de fondsen van BlackRock en is niet opgesteld in verband met een dergelijk aanbod. De inhoud van dit document is geldig tot 12 maanden na uitgifte.
© 2026 BlackRock, Inc. Alle rechten voorbehouden. BLACKROCK, BLACKROCK SOLUTIONS en iSHARES zijn handelsnamen (trademarks) van BlackRock, Inc. of daaraan gelieerde ondernemingen. Alle andere handelsnamen (trademarks) zijn van de respectievelijke eigenaren.