Pensioenfonds en duurzaam beleggen

Hoe sluit duurzaam beleggen beter aan op persoonlijke pensioenvoorkeuren?

De Wtp maakt pensioen persoonlijker, maar het duurzaam beleggen van een pensioenfonds blijft in de praktijk vaak collectief. Daardoor kan het duurzame karakter van het individuele pensioenpotje afwijken van voorkeuren van deelnemers. Wilbert Huizing, relatiemanager institutionele klanten bij BlackRock, geeft een praktische route hoe pensioenfondsen beter kunnen aansluiten bij de duurzaamheidsvoorkeuren van verschillende deelnemersgroepen. Dat lost ook een communicatieprobleem op.

Het is vanuit continuïteit en uitvoerbaarheid te begrijpen dat pensioenfondsen hun in het oude pensioenstelsel gekozen duurzaamheidsbeleid onder de Wtp voortzetten. Maar hierdoor kan de feitelijke duurzame blootstelling in het individuele pensioenpotje afwijken van de voorkeuren van (delen van) de deelnemers. Omdat cohorten anders zijn blootgesteld aan de rendements- en beschermingsportefeuille, vertelt Wilbert Huizing, relatiemanager institutionele klanten bij BlackRock. Dat leidt tot communicatie-uitdagingen, want hoe leg je dat uit aan deelnemers?

Een mogelijkheid voor pensioenfondsen om beter aan te sluiten bij duurzaamheidsvoorkeuren van deelnemersgroepen is om in beleggingscategorieën verschillende accenten te leggen in rendements- versus beschermingsportefeuille.

Jong versus oud

Om zijn visie te illustreren schetst Huizing een situatie van een vader en een zoon die allebei bij hetzelfde bedrijf werken. De vader is 60’er en gaat binnenkort met pensioen. De zoon is 20’er en is pas begonnen met werken. Ze bouwen allebei pensioen op bij hetzelfde fonds. Tijdens een diner bespreken ze de waardeontwikkeling van hun individuele pensioenpotjes. De vader is blij: hij ziet vlak voor pensionering een waardestijging van zijn pensioenvermogen. De zoon is daarentegen teleurgesteld: hij ziet een waardedaling.

Met enig onbegrip belt de zoon met de pensioenuitvoerder: Waarom heb ik een ander rendement dan mijn vader? Het antwoord: Omdat u jong bent. Voor jongere deelnemers beleggen wij anders dan voor oudere deelnemers. U heeft nog voldoende tijd om schommelingen in het rendement op te vangen.

De zoon snapt dat en stelt nog een vraag: Ik vind klimaat een belangrijk onderwerp. Belegt u voor mij ook anders om klimaatverandering tegen te gaan? Het antwoord: Nee, ons beleid voor duurzaam beleggen is voor iedere generatie hetzelfde.
De zoon hangt op: Ik dacht dat pensioen persoonlijker zou worden, maar blijkbaar geldt dat niet voor wat ik heel belangrijk vind.

Hoe wordt het beleggingsbeleid bepaald?

Wilbert: In het nieuwe pensioensysteem brengt het risico-preferentieonderzoek (RPO) van een pensioenfonds in kaart hoeveel risico zijn deelnemers kunnen en willen nemen. Vanuit het perspectief van de uitvoerder geldt dat de RPO bepalend is voor de rendementverdeelregels per cohort (lifecycle). Waarna de beheerder op basis van deze verdeelregels per leeftijdscohort de samenstelling van de beleggingsportefeuille bepaalt. Het collectieve beleggingsbeleid wordt dus onder het nieuwe pensioencontract bottom-up bepaald: deelnemer => leeftijdscohort => collectief.

Hoe bepaalt een pensioenfonds zijn duurzaamheidsbeleid?

Wilbert: Veel fondsen onderzoeken naast de risicopreferentie van deelnemers ook hun mening over duurzaam beleggen. Zo krijgt het fonds inzicht in de overeenkomsten en verschillen tussen deelpopulaties. Een voorbeeld van zo’n deelpopulatie is jongeren versus ouderen. Ondanks dit inzicht in individuele verschillen zien wij dat de integratie van duurzaam beleggen vaak op collectief niveau blijft plaatsvinden: het onder het oude pensioenstelsel gedefinieerde duurzame beleggingsbeleid wordt voortgezet.

Dat komt deels voort uit praktische overwegingen, omdat bepaalde duurzaamheidsambities nou eenmaal beter passen bij een specifieke beleggingscategorie. Een voorbeeld hiervan is het bieden van additionaliteit en impact, dat doorgaans het best kan worden bereikt via private market-beleggingscategorieën. Maar dit staat tegelijkertijd haaks op het meer persoonlijk maken van pensioen, waarvan duurzaamheid een integraal onderdeel is. En het doet geen recht aan studies die wijzen op verschil in duurzaamheidsvoorkeuren tussen leeftijdscohorten1,2.

Man op kantoor

Studies wijzen op verschil in duurzaamheidsvoorkeuren tussen leeftijdscohorten

Is het een probleem om een collectief duurzaamheidsbeleid te koppelen aan een individueel pensioenpotje?

Wilbert: Uiteraard kan een pensioenfonds ervoor kiezen om het onder het FTK gekozen duurzaamheidsbeleid voort te zetten. Er blijft dan sprake van een collectief beleid. Waarbij de keus welke beleggingen worden gebruikt om invulling te geven aan de duurzaamheidsdoelstelling(en) onafhankelijk is van de voorkeuren van deelpopulaties. Het continueren van dit beleid is te rechtvaardigen, aangezien de overgang naar het nieuwe pensioenstelsel niet tot een wijziging in de collectieve duurzaamheidsvoorkeuren van de deelnemers leidt.

Zo’n keus kan echter tot uitdagingen leiden in de communicatie met de deelnemers. Want stel je een hypothetische lifycycle voor de eerdergenoemde vader en zoon voor. De zoon heeft 100% blootstelling aan overrendement zonder renteafdekking. De vader heeft geen blootstelling aan overrendement en zijn renterisico is volledig afgedekt. Veronderstel daarbij dat vader en zoon representatief zijn voor het totale fonds, waarbij het collectief aan jongeren en ouderen een gelijk pensioenkapitaal hebben. Vader en zoon hebben echter een groot verschil van mening over duurzaamheid. Voor de zoon is klimaat, met name SDG 13: klimaatactie - heel belangrijk. Terwijl de vader minder waarde hecht aan dit thema. Waarbij ik opmerk, dat dit voorbeeld evengoed andersom kan worden uitgewerkt.

Onder het FTK zou een blootstelling van 50% aan beleggingen conform SDG-13 een goede reflectie zijn van de voorkeur van het collectief. Of deze 50% ingevuld wordt door beleggingen in groene obligaties, aandelenbeleggingen in lijn met SDG-13, of een mix daarvan was daarbij van ondergeschikt belang.

Dit verandert echter onder de Wtp. Immers, de zoon heeft nu 100% blootstelling aan de rendementsportefeuille en de vader 100% blootstelling aan de beschermingsportefeuille. Stel nu dat de duurzaamheidsdoelstelling wordt ingevuld door 50% van het vermogen in groene obligaties te beleggen. De vader heeft dan impliciet 100% blootstelling aan SDG-13 en de zoon 0%. Exact het tegenovergestelde aan wat de duurzaamheidsuitvraag aan inzichten heeft opgeleverd.

Sluit het voortzetten van het onder het FTK gekozen duurzaamheidsbeleid aan op informatievoorzieningswetgeving, zoals SFDR?

Wilbert: Dat is een lastige vraag. SFDR heeft als doel beleggers beter te informeren over de duurzaamheidsaspecten van hun beleggingen. Voor een pensioenfonds ziet de SFDR-informatievoorzieningsplicht1 toe op de collectieve pensioenregeling. Dit betekent, dat het pensioenfonds net als nu over de duurzaamheidsaspecten van het collectieve beleid moeten blijven rapporteren. Met verwijzing naar het voorbeeld van vader en zoon, is het echter maar de vraag of zij wat betreft hun persoonlijke pensioenpotjes geholpen zijn met een dergelijke rapportage.

Hoe kan een pensioenfonds een praktische invullinggeven aan een duurzaamheidsbeleid wat nauwer aansluit op een individueel pensioenpotje?

Wilbert: De implementatie van duurzaam beleggen door pensioenfondsen vindt doorgaans plaats op het niveau van beleggingscategorieën. Onder SPR worden deze categorieën in de regel gesplitst naar een rendements- en beschermingsportefeuille, en onder FPR naar verschillende beleggingsblokken. Deze splitsing biedt mogelijkheden om duurzaamheid wat zwaarder of minder zwaar mee te wegen, afhankelijk van de meest dominante populatie die is gealloceerd naar een deelportefeuille. Zo kun je verschillende houdingen tegenover duurzaamheid tussen leeftijdscohorten tot op zekere hoogte meewegen in de keuzes binnen een beleggingscategorie.

Een voorbeeld hierbij is om bij de strategische invulling van de beschermingsportefeuille specifieke keuzes te maken voor Green Bonds die aansluiten bij de duurzaamheidswensen van ouderen. En bij de samenstelling van de rendementsportefeuille kan bijvoorbeeld worden gekozen voor duurzame infrastructuurbeleggingen die meer invulling geven aan de wensen van jongeren. Of voor de aandelenportefeuille te kiezen voor een duurzamer engagement-programma.

Wanneer voor een dergelijke splitsing wordt gekozen, is het verstandig om ook na te denken over de communicatie over duurzaamheid. Bij een collectief beleid vindt de communicatie vanzelfsprekend eveneens collectief plaats. Houd je echter rekening met verschillen in houding tussen leeftijdscohorten, dan ligt het voor de hand om daar in de rapportage op aan te sluiten. Dat kan bijvoorbeeld doen door aparte rapportages in te richten voor verschillende typen deelnemers.

Source

1Opgemerkt dat er significante aanpassingen aan de huidige SFDR-informatieverplichtingen worden voorgesteld vanaf 2028

2Rob Bauer, Tobias Ruof & Paul Smeets, Get Real! Individuals Prefer More Sustainable Investments in Review of Financial Studies.