ETFS - FOR PROFESSIONAL INVESTORS

Fysieke nabootsing heeft voorkeur beleggers

16/nov/2016
By BlackRock

Het aantal ETF’s op basis van fysieke replicatie heeft het aantal ETF’s dat de index volgt met behulp van derivaten overtroffen. Institutionele beleggers geven de voorkeur aan ETF’s die de onderliggende stukken in bezit hebben vooral vanwege de transparantie.

ETF’s zijn grofweg te verdelen in twee categorieën als wordt gekeken naar de wijze waarop ze zijn geconstrueerd.

De eerste groep ETF’s bestaat uit producten die een index nabootsen door de onderliggende stukken daadwerkelijk te kopen en te verkopen.

De tweede groep bestaat uit ETF’s die de index nabootsen met behulp van derivaten, doorgaans in de vorm van swaps. Bij deze categorie, ook wel synthetische ETF’s genoemd, speelt het tegenpartij kredietrisico een rol. Beide soorten ETF’s hebben verschillende eigenschappen. Voor beleggers is het van belang die eigenschappen te doorgronden en te bepalen welke ETF’s het best passen bij hun overtuigingen en doelstellingen.

Uit een inventarisatie van onderzoeksinstituut ETFGI blijkt dat aantal het ETF’s op basis van fysieke replicatie in Europa dit jaar het aantal ‘synthetische’ ETF’s overtreft. Dat dit moment zou aanbreken, is geen verrassing: het aantal ETF’s op basis van derivaten daalt al vijf jaar, terwijl het aantal fysieke ETF’s juist toeneemt. Wat zijn de verschillen tussen deze replicaties?

Fysieke ETF’s

Bij fysieke ETF’s worden de onderliggende effecten uit de index gekocht. De ETF-belegger bezit deze effecten. Op één uitzondering na zijn alle ETF’s van iShares fysieke ETF’s. Fysieke ETF’s zijn weer onder te verdelen in volledig gerepliceerde ETF’s en gedeeltelijk gerepliceerde ETF’s. ETF’s die een index volgen met een beperkt aantal blue chips zijn vaak volledig gerepliceerd. Voorbeelden van indices die volledig worden gerepliceerd zijn de FTSE 100, Euro Stoxx 50 en de S&P 500.

Bij indices met veel meer aandelen of obligaties worden meestal niet alle onderliggende effecten aangekocht. Voorbeelden zijn de Barclays Euro Aggregate Bond Index (3570 obligaties, augustus 2015) en de MSCI All Country World index met ruim 1600 beursgenoteerde ondernemingen. De minst liquide aandelen of obligaties worden niet gekocht omdat dit zou leiden tot relatief hoge transactiekosten.

De aanbieder van een gedeeltelijk gerepliceerde ETF optimaliseert de portefeuille. Dit leidt tot een hogere liquiditeit en lagere transactiekosten. De andere kant van de medaille is dat optimalisering of sampling kan leiden tot een hogere tracking error.

Bij gedeeltelijke of volledige replicatie is geen sprake van een tegenpartijrisico. De eindbelegger is immers bezitter van de onderliggende effecten en niet afhankelijk van toezeggingen van derden zoals bij ETF’s op basis van swaps.

Synthetische ETF’s

ETF’s op basis van derivaten worden ook wel synthetische ETF’s genoemd. Het verschil met fysieke ETF’s is groot. Derivaten-ETF’s bootsen een index na met behulp van zogeheten total return swaps. Bij zo’n contract keert de tegenpartij (vaak een zakenbank) het totale rendement van een bepaalde index uit aan het fonds. Het ETF betaalt hiervoor een afgesproken vergoeding. In het verleden waren deze banken vaak gelieerd aan de beheerder van de ETF’s.

Door deze opzet loopt de bezitter van de derivaten-ETF een tegenpartij kredietrisico. Hier waarschuwde in 2011 bijvoorbeeld de Financial Stability Board voor. Deze organisatie wees op het gebrek aan transparantie bij met name complexe derivaten-ETF’s.

De beheerders van dit soort ETF’s hebben de risico’s de afgelopen jaren op twee manieren verminderd. Ten eerste zijn de ETF-beheerders het risico gaan spreiden door swaps af te sluiten met meerdere tegenpartijen. Ten tweede moeten tegenpartijen onderpand storten bij een juridisch gescheiden bewaarbedrijf. Dit onderpand moet voldoen aan de UCITS-vereisten.

Door deze ontwikkelingen zijn derivaten-ETF’s sinds hun introductie begin deze eeuw transparanter geworden. Desalniettemin blijven ze minder transparant dan de fysieke variant. Dit wordt gezien als een belangrijke reden voor de voorkeur van beleggers voor fysieke ETF’s.

Uit de meeste recente cijfers blijkt dat niet alleen het aantal fysieke ETF’s hoger is dan het aantal EFT’s op basis van derivaten. Ook het vermogen onder beheer bij fysieke ETF’s is veel hoger. In Europa is 74% belegd in fysieke ETF’s en de rest in ETF’s op basis van derivaten.