Skip to content

Beleggen in kunst een goed alternatief?

Wie belegt in kunst, spreidt risico’s, maakt kans op een positieve uitschieter in rendement en kan genieten van emotioneel dividend. Maar risico’s zijn er ook, stelt kunstwetenschapper Rachel Pownall.

Zij sprak tijdens de Mid-Year Outlook Conferentie 2019 van BlackRock in juli en spoorde de aanwezige beleggers aan om hun ogen open te houden voor kansen in niet-traditionele segmenten.

Een van de alternatieve beleggingen waar investeerders naar kijken, is kunst. Logisch, geregeld gaat een schilderij voor pakweg tachtig of negentig miljoen dollar over de toonbank van een veilinghuis. Maar vooral ook logisch uit oogpunt van risicospreiding, want de correlatie tussen de prijsontwikkeling van kunst versus traditionele beleggingen is vrij laag. In die zin wordt beleggen in kunst, behorend tot de categorie van ‘emotionele activa’, ook wel gezien als veilige haven.

Inspiratie en genot zijn ‘dividend’ van kunstbelegging

Er zijn echter ook andere redenen denkbaar om te beleggen in kunst, constateert wetenschapper Rachel Pownall, Professor of Art and Finance bij de Universiteit van Maastricht: ‘Steeds meer investeerders kijken in toenemende mate naar de niet-financiële opbrengsten van hun beleggingen. Denk aan esthetische en emotionele aspecten, inspiratie en de mate van welzijnsverhoging die kunst met zich mee kan brengen. Deze niet-financiële opbrengsten zou je als het “dividend” van een kunstwerk kunnen zien. Dat zie je ook bij andere alternatieve beleggingen, zoals een topwijn of zeldzame postzegels.’ Dat dividend vertegenwoordigt een bepaalde maatschappelijke, sociaal-culturele waarde. En is daarmee volgens Pownall een belangrijke parameter voor investeerders die bewust willen beleggen en dus ook ‘ESG-factoren’, die betrekking hebben op milieu, maatschappij en bestuur, meewegen.

Laag rendement voor
meeste kunstwerken

Los van het voorgaande beoordeelt de (potentiële) investeerder in kunst uiteraard de mogelijke waardevermeerdering van zijn belegging. En die kan flink oplopen. Zo werd vorig jaar het schilderij Nu Couché van Amedeo Modigliani afgehamerd op 157 miljoen dollar en gingen werken van Pablo Picasso, Edward Hopper en David Hockney voor zo’n honderd miljoen dollar over in andere handen. ‘Maar dat zijn uitschieters, de meeste kunst levert niet zoveel rendement op’, benadrukt Pownall.

Fine Art-prijsindex

Pownall stelde meerdere ‘Fine Art’-prijsindices samen. ‘Hieruit blijkt dat de prijzen van sommige segmenten als hedendaagse kunst of Europese Oude Meesters de laatste decennia een flinke versnelling laten zien, maar dat een belegging in aandelen gemiddeld voor een hoger rendement zorgde.’ Met de kanttekening dat ongeveer de helft van alle kunst onderhands via dealers wordt verkocht, en de prijzen hiervan dus niet publiekelijk toegankelijk zijn; wel openbaar zijn de kunstverkopen via veilinghuizen als Christie’s en Sotheby’s.

Regionale verschillen
in omzetgroei

Vorig jaar groeide de omzet van alle kunstveilingen wereldwijd met 2,4%; doorgaans is dat 3 tot 4%, aldus Pownall. In de VS was die groei liefst 16%, in het Verenigd Koninkrijk 5%. Daar staat tegenover dat in de rest van Europa deze omzet vorig jaar daalde met 7% en in Azië met 8%. Een jaar eerder steeg de omzet van Amerikaanse veilinghuizen zelfs met 33%, maar dat was vooral te danken aan de verkoop van slechts één schilderij: het Louvre in Abu Dhabi betaalde het astronomische bedrag van 450 miljoen dollar voor het olieverfschilderij Salvator Mundi, dat Leonardo da Vinci rond 1500 schilderde. Dat levert het museum geen dividend op, maar wel meer inkomsten door aantrekkende bezoekersaantallen.

Voor wie is een
kunstfonds geschikt?

Institutionele beleggers investeren doorgaans niet in kunst. Te risicovol, te onbekend en een te kleine, illiquide markt. ‘Een uitzondering is een Brits pensioenfonds dat zo’n vijftig jaar geleden een flinke kunstcollectie aankocht. Iets eerder, in 1961, publiceerde zakenbankier en kunstverzamelaar Richard Rush Art as an investment, wereldwijd het eerste boek over beleggen in kunst.’ Pownall ziet wel groeiende interesse bij bepaalde deelgroepen, die grotere risico’s kunnen nemen omdat zij bijvoorbeeld geen verplichtingen hoeven na te komen: ‘Natuurlijk is ook voor hen zo’n belegging niet vrij van risico’s. Ten eerste vanwege het marktrisico en ten tweede vanwege de relatief hoge transactiekosten, de illiquiditeit van de meeste kunstmarkten en het lastig bepalen van de actuele waarde van een kunstwerk.’ Naast rechtstreeks beleggen in kunst, kunnen beleggers ook indirect beleggen, via een fonds dat een breder en meer gediversificeerd aantal kunstwerken aanhoudt. Pownall: ‘Uiteraard heeft dit voor de belegger het voordeel dat hij zo de risico’s kan spreiden. Daarentegen bezit hij het kunstwerk hierbij niet, dus hij mist het emotionele dividend dat je nu eenmaal hebt als je het kunstwerk zelf bezit.’

Lees ook wat beleggingsstrateeg Lukas Daalder en duurzame-energiespecialist Freek Spoorenberg te vertellen hadden tijdens de BlackRock Mid-Year Outlook Conferentie.

Heb je een vraag of wil je verder spreken over dit onderwerp? Mail ons.