Nichemarkten worden toegankelijker met vastrentende ETF's

16/nov/2016 / By BlackRock

De markt voor vastrentende ETF’s is sinds 2008 enorm gegroeid. Voordelen zoals de hoge liquiditeit, de mogelijkheid gespreid te beleggen in moeilijk toegankelijke nichemarkten en de lage kosten hebben steeds meer beleggers over de streep getrokken.

Sinds 2008 is het vermogen onder beheer in vastrentende ETF’s wereldwijd gestegen met ruim 440% tot $459 miljard. Het jaar 2008 wordt gezien als omslagpunt voor deze markt, omdat in dat jaar beleggers voor het eerst werden geconfronteerd met serieuze liquiditeitsproblemen, vooral bij bedrijfsobligaties. Zowel het totale handelsvolume als de grootte van afzonderlijke transacties is geslonken sinds 2007. In de VS groeide bijvoorbeeld de uitstaande schuld van bedrijven tussen 2006 en 2013 met 77%, terwijl het schuldhandelsvolume daalde van 80% van de totale schuld naar de helft.

Strengere regelgeving

Voornaamste redenen voor deze daling van de liquiditeit zijn de financiële crisis en de strengere regelgeving die in het kielzog van die crisis is ingevoerd. De financiële crisis leidde tot een verlaging van het risicoprofiel van banken en brokers. Als gevolg van de aanscherping van de regels mogen banken minder handelen voor eigen rekening en risico en moeten ze hogere kapitaalsbuffers aanhouden. Door deze ontwikkelingen daalde de voorraad bedrijfsobligaties bij banken en brokers.

Sinds 2008 is het vermogen onder beheer in vastrentende ETF's wereldwijd gestegen met ruim 440% tot $459 miljard.

Gebrek aan liquiditeit

De liquiditeit wordt extra onder druk gezet doordat de Over The Counter-markt (OTC) voor bedrijfsobligaties veel meer gefragmenteerd is dan de aandelenmarkt. Eén emittent kan tientallen tot wel honderden verschillende leningen uitgeven. Die schuldpapieren hebben allemaal verschillende coupons, looptijden en zijn al dan niet tussentijds aflosbaar. Gevolg is dat een deel van de bedrijfsobligaties erg illiquide is. In de minst liquide leningen wordt soms een maand lang niet gehandeld op de onderhandse markt.

In de VS kan de daling van de liquiditeit worden geïllustreerd aan de hand van gegevens uit TRACE, een handelsinformatiesysteem. Europa kent niet zo'n centraal informatieplatform. Sinds begin 2011 is in de VS zowel de totale marktwaarde als het aantal bedrijfsobligaties toegenomen, terwijl de voorraad bij banken en brokers juist is gedaald.

Vastrentende ETF's

De opkomst van vastrentende ETF’s heeft geleid tot extra liquiditeit op markten die te lijden hebben onder opdrogende liquiditeit. Beleggers kunnen deze ETF’s verhandelen op diverse beurzen en hoeven zelf de versnipperde OTC-markt niet te betreden om de onderliggende effecten te bemachtigen. Daardoor kon de activiteit op de vastrentende ETF-markt veel harder groeien dan de onderhandse markt voor vastrentende leningen. iShares, dat in 2002 de eerste vastrentende ETF lanceerde, is hier marktleider en goed voor bijna 65% van het handelsvolume.

Afhankelijk van vraag en aanbod

Naast de liquiditeit die wordt gecreëerd door het verhandelen van de ETF’s via de beurs of OTC-markt, wordt liquiditeit gewaarborgd door het mechanisme van creatie en opheffing van ETF’s. Het aantal uitstaande ETF’s staat niet vast, maar is afhankelijk van vraag en aanbod. Als de vraag het aantal ETF-units bij brokers en market makers overtreft, kunnen zogeheten Authorised Participants (AP’s) nieuwe ETF’s creëren door de onderliggende stukken te kopen en in te ruilen voor ETF-units. Bij minder vraag dan aanbod kunnen ze ETF’s uit de markt halen en omruilen voor de onderliggende effecten en/of cash.

Door dit mechanisme blijft de netto-vermogenswaarde (NAV; Net Asset Value) dicht bij de koers van de onderliggende stukken. Zodra een ETF wordt verhandeld met een premie op de NAV is dat een aansporing voor AP’s om nieuwe ETF's te creëren. Hierdoor daalt de premie. Aan de andere kant is een discount op de NAV een prikkel voor AP's om ETF’s uit de markt te halen.

Nichemarkten worden toegankelijk

De aanhoudend lage rente dwingt onder meer pensioenfondsen verder te kijken dan de traditionele staatsobligaties van ontwikkelde landen. Bij hun zoektocht naar vastrentende waarden die meer opleveren dan staatspapier komen ze al snel terecht bij bedrijfsobligaties (investment grade en high yield) en staatsleningen van opkomende landen.

Dit soort markten was voor de komst van ETF’s voornamelijk toegankelijk via actief beheerde beleggingsfondsen of door direct leningen te kopen op OTC-markten en op lokale beurzen. Als gevolg van de gestage groei van het aantal vastrentende ETF’s (iShares heeft ruim 85 in Europa genoteerde vastrentende ETF’s) kunnen beleggers de blootstelling aan een groot aantal nichemarkten tegenwoordig veel eenvoudiger verwezenlijken. Bovendien zijn de kosten aanmerkelijk lager dan bij actieve vermogensbeheerders of bij zelf aan- en verkopen van de onderliggende effecten.

Een ander voordeel van de beursnotering is de transparantie. Handel via effectenbeurzen is transparanter dan via verschillende onderhandse markten. Zo is het eenvoudiger inzicht te krijgen in zaken zoals vraag en aanbod, transactiekosten en prijsvorming.

Kostenefficiënt

Voor beleggers die beleggen op nichemarkten zijn ETF’s doorgaans de meest kostenefficiënte oplossing. Een groot deel van dit kostenvoordeel is te danken aan het feit dat de belegger niet hoeft te handelen in de afzonderlijke leningen op verschillende OTC-markten. De belegger kan de blootstelling aan nichemarkten immers bereiken door de aankoop van ETF’s die worden verhandeld op de beurs.

De belegger die is aangewezen op OTC-markten voor de onderliggende leningen wordt geconfronteerd met een hogere spread dan bij de beursgenoteerde ETF’s. Die spread is bij ETF’s vele malen lager dan bij de onderliggende stukken als gevolg van de hogere liquiditeit.

Naast de spread hebben beleggers te maken met de beheerkosten en overige kosten. Bij iShares ligt de TER (Total Expense Ratio) doorgaans tussen de 0,15% en 0,5%. Voor een juiste kostenvergelijking is echter de TCO (Total Cost of Ownership) een betere maatstaf, omdat daarin alle kosten inclusief de spread worden meegenomen.